|
10 april 2010
Gemiddeld vindt 77% van de Europese burgers dat de boeren meer zouden moeten profiteren van de ontwikkeling van de biotechnologie.
In november en december 2009 zijn 26.761 burgers van 15 jaar en ouder in de 27 lidstaten van de EU gevraagd naar hun mening over de landbouw en het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Veelal gebeurde dat in de vorm van stellingen, waarop de ondervraagden konden antwoorden in welke mate ze het met de stelling eens waren. Een van de stellingen luidde: “De Europese Unie zou de boeren moeten aanmoedigen om te profiteren van de ontwikkeling van de biotechnologie.” De resultaten zijn weergegeven in de grafiek hiernaast. Deze stelling werd voorgelegd in combinatie met twee stellingen over het stimuleren van de biologische productie en van de productie van hernieuwbare energie, zoals biogas, biomassa en biobrandstoffen.
Om meerdere redenen is het moeilijk om uit deze uitkomst heldere conclusies te trekken. Zo is het de vraag wat de respondenten precies onder ‘biotechnologie’ verstaan. Eerdere Eurobarometeronderzoeken die waren toegespitst op biotechnologie maken immers duidelijk dat het oordeel over genetische modificatie/manipulatie beduidend anders is dan wanneer het klassieke vormen van biotechnologie betreft. Ook de aard van de biotechnologie - microbieel, plantaardig of dierlijk- en het doel waarvoor het wordt ingezet –productieverhoging, kwaliteitsverbetering, vermindering van de milieubelasting- speelt bij de oordeelsvorming van burgers een belangrijke rol. Daarnaast kan de context van de twee andere stellingen –biologische productie en hernieuwbare energiebronnen- van invloed zijn geweest op de beantwoording.
Moeten we dus voorzichtig zijn met het interpreteren van deze uitkomsten, en er zeker niet uit afleiden dat het oordeel van Europese burgers plotseling is omgeslagen in het voordeel van, bijvoorbeeld, de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen, toch is het interessant om te kijken naar de verschillen tussen de lidstaten. Hoewel we ook daarbij voorzichtig moeten zijn vanwege mogelijke verschillen in betekenis van begrippen in verschillende talen. Opvallend is de relatieve scepsis in Groot Brittannië: slechts 60% van de Britten is het (geheel) eens met de stelling over biotechnologie. Die relatieve scepsis zien we overigens ook bij de stelling over het stimuleren van biologische productie: daar is ‘slechts’ 72% van de Britten het (geheel) mee eens.
Aan de andere kant van het spectrum vinden we de Grieken, waarvan maar liefst 94%, resp 97% het (geheel) eens is met de stelling over biotechnologie en de biologische productie.
De Nederlandse respondenten scoren zowel bij de stelling over biotechnologie (76% (geheel) mee eens) als bij de stelling over biologische productie (82% (geheel) mee eens, tegenover een EU-gemiddelde van 84%) net onder het Europees gemiddelde.
Dat geldt niet voor de stelling over hernieuwbare energie, waar 86% de Nederlanders het (geheel) mee eens is (83% voor de EU). Ook deze stelling krijgt de meeste steun van de Grieken (95% (geheel) mee eens), de minste steun (75%) is er onder de Franse burgers.
Het volledige Eurobarometerrapport kan hier worden gedownload
|