Verantwoord innoveren

MENU
Ammoniakdialoog
GMO safety
Synthetic biology
Adaptive Risk Assessment

LIS nieuws

Recente rapporten en activiteiten van LIS Consult

ATOX13 February 2019

Lack of adverse effects in subchronic and chronic toxicity/carcinogenicity studies on the glyphosate-resistant genetically modified maize NK603 in Wistar Han RCC rats

Pablo Steinberg, Hilko van der Voet, Paul W. Goedhart, Gijs Kleter, Esther J. Kok, Maria Pla, Anna Nadal, Dagmar Zeljenková, Radka Aláčová, Júlia Babincová, Eva Rollerová, Soňa Jaďuďová, Anton Kebis, Elena Szabova, Jana Tulinská, Aurélia Líšková, Melinda Takácsová, Miroslava Lehotská Mikušová, Zora Krivošíková, Armin Spök, Monica Racovita, Huib de Vriend, Roger Alison, Clare Alison, Wolfgang Baumgärtner, Kathrin Becker, Charlotte Lempp, Marion Schmicke, Dieter Schrenk, Annette Pöting, Joachim Schiemann, Ralf Wilhelm

 

Abstract

In 2012, a controversial study on the long-term toxicity of a Roundup herbicide and the glyphosate-tolerant genetically modified (GM) maize NK603 was published. Thereafter, the European Commission (EC) asked the European Food Safety Authority (EFSA) to provide supplementary guidance on key elements to be considered for a 2-year carcinogenicity trial in rats with whole food/feed if requested in the course of a GMO risk assessment. In this context, the EC-funded G-TwYST research consortium performed two 90-day feeding trials, one with GM maize inclusion rates of 11 and 33% and one with inclusion rates of up to 50%, as well as a combined chronic toxicity/carcinogenicity study with inclusion rates of 11 and 33% by taking into account OECD Guidelines for the testing of chemicals and EFSA recommendations on the safety testing of whole-food/feed in laboratory animals. In all three trials, the NK603 maize, untreated and treated once with Roundup during its cultivation, and the conventional counterpart were tested. The G-TwYST consortium evaluated all significant differences identified between the test groups and the control group, considering equivalences, whether the effects were dose-related and/or accompanied by changes in related parameters including histopathological findings. It is concluded that no adverse effects related to the feeding of the NK603 maize cultivated with or without Roundup for up to two years were observed. Based on the outcome of the subchronic and combined chronic toxicity/carcinogenicity studies, recommendations on the scientific justification and added value of long-term feeding trials in the GM plant risk assessment process are presented.

 

The open source paper is available online at https://doi.org/10.1007/s00204-019-02400-1.

Ammoniakrapport2

Op 14 januari 2019 stuurde minister Schouten het Rathenau rapport "In gesprek over ammoniak: Contouren van een uitweg uit de controverse" naar de Tweede Kamer. Dit rapport bevat een verslag van drie bijeenkomsten over de wetenschappelijke onderbouwing van het ammoniakbeleid in de veehouderij, die het Rathenau Instituut op verzoek van het ministerie van LNV in 2018 heeft georganiseerd. Het doel hiervan was na te gaan wat nodig is om het vertrouwen van de diverse partijen in het overheidsbeleid te herstellen.

 

Het ammoniakbeleid in Nederland is al vele jaren omstreden. De discussie spitst zich meer en meer toe op de wetenschappelijke onderbouwing van de beleidsmaatregelen die de ammoniakemissies moeten terugdringen.

 

Samenvatting

1. De eerste, verkennende bijeenkomst maakt duidelijk dat bij in ieder geval een deel van de veehouders onvrede leeft over het gevoerde ammoniakbeleid. Ze vinden dat ze vanuit het beleid geen erkenning krijgen voor de inspanningen die ze doen om meer milieubewust te produceren. Tegelijkertijd worden ze gedwongen emissiereducerende maatregelen te nemen, zoals ondergrondse mestinjectie, waarin ze niet geloven en waarvoor in hun ogen goede alternatieven bestaan.

2. De tweede, wetenschappelijke bijeenkomst laat zien dat een aantal kritische partijen wantrouwend staat tegenover de wetenschappelijke onderbouwing van de beleidsmaatregelen die de ammoniakuitstoot moeten terugdringen. Ze stellen tot op detailniveau vragen over de metingen en berekeningen die aan die onderbouwing ten grondslag liggen, en laten zich niet snel overtuigen van de deugdelijkheid daarvan. Tegelijkertijd wijzen ze op de financiële consequenties die de beleidsmaatregelen hebben voor veehouders.

3. De derde, meer beleidsmatige bijeenkomst laat zien wat de gevolgen van de wetenschappelijke discussie zijn voor het draagvlak binnen de sector voor de emissiereducerende beleidsmaatregelen. Tegelijkertijd vinden veel deelnemers dat de wetenschappelijke discussie geen uitweg biedt uit de controverse over het ammoniakbeleid. Een uitweg kan volgens hen alleen worden gevonden als het beleid, de sector en andere betrokken partijen meer met elkaar aan tafel zitten om te bespreken hoe de beleidsdoelstellingen het beste kunnen worden gerealiseerd.

De derde bijeenkomst lijkt daarmee zicht te bieden op een mogelijke uitweg uit de controverse.

 

Conclusies

In dit rapport trekken wij de volgende conclusies:

1. De ammoniakcontroverse is breder dan de wetenschappelijke discussie. Waarden en belangen als het economisch verdienmodel van veehouders, ideeën over wat ‘goed boeren’ inhoudt en het belang van natuurbehoud spelen voortdurend mee op de achtergrond en voeden de controverse. Een uitweg uit de controverse is alleen mogelijk als de bredere context in de discussie wordt meegenomen.
 

2.Er is behoefte aan heldere communicatie over de samenhang tussen de diverse metingen en berekeningen van ammoniakemissies en de duiding van de resultaten daarvan – inclusief daarin meespelende wetenschappelijke onzekerheden.
 

3. Er is in de veehouderijsector onvrede over een als onwerkbaar ervaren stapeling van beleidsmaatregelen op het gebied van milieubescherming en natuurbehoud, en over het gebruik dat de overheid maakt van middelvoorschriften*. Dat vormt ook een rem op innovatie. Er valt veel voor te zeggen om na te gaan of een meer integraal beleid kan worden ontwikkeld, waarbij gebruik wordt gemaakt van doelvoorschriften. 

 

4. De veehouderijsector voelt zich te weinig gehoord door de overheid. Dat voedt mede het wantrouwen jegens het gevoerde beleid en de wetenschappelijke onderbouwing ervan. De overheid is nog onvoldoende met de sector en andere betrokken partijen in gesprek over invulling van de beleidsdoelstellingen en realisering van een duurzamere veehouderij.
 

5. Om meer zicht te krijgen op een uitweg uit de controverse kan gebruik worden gemaakt van inzichten ontleend aan bestaand en lopend wetenschappelijk onderzoek. Zo biedt onderzoek naar het met sensoren op bedrijfsniveau monitoren van de ammoniakuitstoot, mogelijk een handvat voor het gebruik van doelvoorschriften.

 

*In een middelvoorschrift staat een bepaald middel of technologie centraal, in plaats van het doel dat ermee bereikt moet worden.

 

Aanbevelingen

Op basis van deze conclusies komen we tot de volgende aanbevelingen aan de overheid:

1. Verbreed de discussie

Een wetenschappelijk antwoord alleen biedt geen uitweg uit de controverse. Verbreed daarom de discussie. Betrek de bredere context en de hierin meespelende waarden en belangen, zoals het economisch verdienmodel van veehouders, ideeën over wat ‘goed boeren’ inhoudt en de bedreigde biodiversiteit in natuurgebieden.

2. Ga met de sector aan tafel

Ga het gesprek aan met de diverse afdelingen binnen de veehouderijsector en andere betrokken organisaties – zoals natuur- en milieuorganisaties – over invulling van de beleidsdoelstellingen van de minister van LNV op nationaal en regionaal niveau. Daarbij moet duidelijk worden gemaakt welke stappen nodig zijn om een duurzamere veehouderij te realiseren, en wie daarbij waarvoor verantwoordelijk is.

3. Kijk opnieuw naar bestaande beleids­maatregelen

Ga in het gesprek met de sector en andere betrokken partijen na in hoeverre:

4. Gebruik bestaand onderzoek

Maak gebruik van inzichten uit bestaand en lopend wetenschappelijk onderzoek en de proeftuinen Veenweiden en Natura 2000 Overijssel, om meer zicht te krijgen op de mogelijkheden van een meer integraal beleid en het gebruik van doelvoorschriften.

5. Dring aan op heldere communicatie

Dring bij de WUR en het RIVM aan op heldere en zorgvuldige communicatie. Dat geldt in ieder geval voor de samenhang tussen de diverse metingen en berekeningen in het kader van de ammoniakproblematiek, en de duiding van de resultaten daarvan – inclusief de daarin meespelende wetenschappelijke onzekerheden. De complexiteit van de ammoniakproblematiek en de grote belangen die ermee gemoeid zijn, vragen daar om.

  • een meer integraal beleid mogelijk is, waarbij de ammoniakproblematiek in samenhang wordt bezien met:
    • de mestproblematiek in bredere zin;
    • de nitraatbelasting van oppervlakte- en grondwater;
    • de Kaderrichtlijn Water;
    • de klimaatopgave;
  • het mogelijk is om bij beleidsmaatregelen gebruik te maken van doelvoorschriften in plaats van middelvoorschriften.

"In discussies over nieuwe risico’s wordt steeds vaker het concept Safe-by-Design genoemd: een aanpak waarbij mogelijke risico’s al vroeg in het innovatieproces aandacht krijgen. Dat vraagt iets nieuws van alle betrokkenen, iets dat naast het bekende beleid van wet- en regelgeving vorm moet krijgen. De wereld van de Synthetische Biologie laat zien dat die nieuwe aanpak noodzakelijk is en via twee
richtingen kan worden opgepakt. " Dat schrijven Dirk Stemerding en Huib de Vriend in de februari 2018 editie van Tijdschrift Milieu, een special over het thema "Schoon, gezond en veilig".

Download hier het artikel uit Tijdschrift Milieu.

 

Een iets langere versie van het artikel met bronvermelding kunt u hier downloaden.

 

30 January, 2018

By 2050, over 9 billion people need to be fed on this planet, while food production will take place under increasingly difficult conditions. Water, nutrients and energy are all becoming scarcer. Agricultural lands are becoming exhausted and are being lost due to erosion. Harvests are failing as a result of climate change. We have to produce sustainably if we want to guarantee healthy and safe food for everyone in the future.

This will require radical changes to the system or game changers: organisational, social and technological
transformations that focus on new basic principles for future solutions. Three Top Sectors for enterprise and innovation in the Netherlands, Agri & Food, Horticulture & Starting Materials, and High-Tech Systems & Materials, devised eight game changers, which together make up one global game changer.

The idea of synthetic biology has already inspired dozens of writers, film makers and other artists. This idea may be reality soon. That is why Wageningen University & Research organises a Film & Art festival on 5 & 6 October 2017. This festival is part of SynCity: a month with buzz about synthetic biology in Wageningen.

Hybris-still1

Still from Arjan Brentjes' art video "Hybris", price winning in the 2014 Bio.fiction competition

Synthetic biology enables scientists to do experiments with biological systems that differ essentially from naturally occurring ones, which may no longer be the type of well-known and well-characterized organisms we have been dealing with so far. This calls for reconsideration of existing approaches in biosafety assessment. At the same time, several enabling tools such as gene editing techniques and bio informatics have resulted in a considerable increase in the speed of developing new technologies and applications, which makes it hard for risk assessors, risk managers and policy makers to keep pace. On top of that, the GMO debate has taught us that policies on controversial technologies require governance approaches that include safety as well as normative issues in the process of research and innovation.

Het Rathenau Instituut heeft LIS Consult ingeschakeld voor een verkenning naar de haalbaarheid van een dialoog over het ammoniakbeleid in Nederland. Op basis van gesprekken met betrokkenen en experts worden alle kwesties in kaart gebracht, evenals de ruimte die er is om een zinvolle dialoog aan te gaan. Het ministerie van EZ zal op basis van deze verkenning besluiten om al dan niet een dialoog te organiseren.

LIS Consult gaat samenwerken met Marianne Heselmans van Impact Reporters en Frans van Dam van ScienceCom Consultancy. Door onze kennis en expertise te bundelen willen we een bijdrage leveren aan de dialoog en betrokkenheid van stakeholders bij innovatie en beleid op het gebied van de levenswetenschappen.

Hier leest u meer over onze samenwerking en wat wij u te bieden hebben.

The 6th and final edition of the SYNENERGENE Newsletter has been released today. In this Newsletter:

* Citizen Health Innovators
* Adaptive Biosafety Assessment as a learning process
* GMO 2.0 online searchable database
* International Online Dialogue
* BerryMaker Game App launches
* Invincible
* Short Reports and Announcements

Huib de Vriend en René Klein Lankhorst (2016). Kunstmatig blad levert voedsel voor chemische industrie. VORK, Juni 2016. p. 76-83.

In 2030 moet eenderde van de chemische industrie ‘biobased’ zijn. Dat wil zeggen gebruikmaken van groene grondstoffen. Het probleem is alleen dat de natuur niet zo erg eciënt is bij het omzetten van zonlicht in energie en chemicaliën. „We moeten ons niet baseren op de natuur, maar er ons door laten inspireren om het beter te doen”, schrijven René Klein Lankhorst en Huib de Vriend in het kwartaalblad VORK. In het BioSolar Cells-onderzoeksprogramma ontwikkelt Nederland kunstmatige bladeren waarin fotosynthese wordt nagebootst voor de productie van grondstoen uit zonlicht, water en CO2.

In this 4th edition we highlight three SYNENERGENE activities. During the  Making_Life project about art and synthetic biology Erich Berger and Andy Gracie interviewed Markus Schmidt and Oron Catts to hear what a scientist and an artist have to say about synthetic biology. In order to come to better insight in different dimensions of synthetic biology in Slovenia the partners from University of Ljubljana did an extensive survey among representatives of different stakeholder groups. Eleonore Pauwels from the WWICS reports a two-day workshop in the US on the question how to create an ecosystem that integrates traditional and non-traditional actors and bolsters innovation.

SYNENERGENE is developing and applying principles of Responsible Research and Innovation in synthetic biology and was therefore interested in the joint final event of 4 European projects that took place last January, all working with the concept of RRI. Antonina Khodzhaeva from ECSITE reports.