Home Nieuws op de website
maandag, 13. februari 2012
Nieuws op de website
Fotosynthese voor energieproductie

16 juli 2009

Het zoeken naar alternatieven voor de fossiele bronnen waarop onze energievoorziening voor een belangrijk deel is gebaseerd krijgt veel aandacht van zowel overheden als het bedrijfsleven. Dat blijkt uit omvangrijke investeringen die de komende jaren worden gedaan in onderzoek en ontwikkeling van energiebronnen op basis van biomassa. In Nederland wordt de komende vijf jaar 25 miljoen Euro uit de aardgasbaten geïnvesteerd in onderzoek naar nieuwe vormen van energiewinning uit fotosyntheseprocessen. Grote oliemaatschappijen als Shell, ExxonMobil en BP investeren honderden miljoenen in biobrandstoffen.

In de tweede week van juli maakte het kabinet bekend 25 miljoen Euro vrij te maken voor een vijfjarig onderzoeksprogramma 'Towards Biosolar Cells'. Het betreft een samenwerkingsverband tussen Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Universiteit Leiden, Vrije Universiteit Amsterdam,  Rijksuniversiteit Groningen, Technische Universiteit Delft en de Universiteit van Amsterdam, dat een bijdrage gaat leveren aan  duurzame energie, verbetering van de voedselvoorziening en duurzame biomassa. Het programma Towards Biosolar Cells volgt een drietal sporen:

1. Het verhogen van de fotosynthetische efficiëntie van planten. Het resultaat is dat er  meer biomassa per hectare wordt geproduceerd voor energie of voedsel (bijvoorbeeld meer, grotere of zwaardere planten).

2. De directe productie van biobrandstoffen zonder dat de biomassa (planten) geoogst hoeft te worden. Resultaten zijn bijvoorbeeld fotosynthetische cyanobacteriën of algen die butanol (een alcohol vorm dat als biobrandstof kan dienen) produceren.

3. Het combineren van natuurlijke en technische onderdelen. Het resultaat is een zonnecollector die brandstof levert in plaats van elektriciteit.

(LNV Persbericht, 10 juli 2009).

Deze week maakte ExxonMobil, qua omzet ná Shell de grootste onderneming ter wereld, bekend een samenwerkingsverband aan te gaan met Synthetic Genomics gericht op de ontwikkeling van biobrandstof uit algen. De oliemaatschappij gaat de komende zes jaar meer dan 600 miljoen dollar in deze technologie investeren (ExxonMobil Press Release, July 14, 2009). Synthetic Genomics, dat wordt geleid door Craig Venter, bekend geworden door zijn bijdrage aan het sequencen van het humaan genoom, richt zich onder meer op het ontwikkelen van geoptimaliseerde, synthetische metabole routes in micro-organismen en algen.

Net als de Amerikaanse automobielindustrie heeft ExxonMobil lange tijd geweigerd om substantieel te investeren in innovaties gericht op vermindering van de CO2-uitstoot. Volgens de London School of Economics heeft de oliemaatschappij de afgelopen jaren enkele honderdduizenden dollars gedoneerd aan groepen die klimaatverandering in twijfel trekken, zoals de Heritage Foundation en de Atlas Economic Foundation (Yahoo News, July 3, 2009).

Andere grote oliemaatschappijen als Shell en BP hebben al veel eerder besloten om in te zetten op de ontwikkeling van biobrandstoffen.

BP besloot twee jaar geleden om tot 2017 500 miljoen dollar te investeren in het Energy Biosciences Institute, een samenwerkingsverband met de University of California Berkeley, de University of Illionois en het Lawrence Berkeley National Laboratory. Hier is het onderzoek gericht op het ontwikkelen van geschikte gewassen als Miscanthus en Switchgrass en fermentatieprocessen voor de productie van biobrandstoffen. Daarnaast stopt de Britse oliegigant 400 miljoen dollar in een samenwerking met DuPont en Associated British Foods (eiegnaar van British Sugar) voor de ontwikkeling van een grote bioethanolfabriek in Hull (BP Press Release, 26 June 2007). Recent ging BP een joint-venture aan met Verenium Corporation voor de productie van cellulose bioethanol uit grassen (BP Press Release, 18 February 2009) en gaf de Europese Commissie haar goedkeuring aan een joint-venture van BP en DuPont (Europa Nu, 8 juli 2009).

Het Nederlandse Shell richt z'n pijlen op diverse opties. Het bedrijf heeft een aandeel in het Duitse Choren, dat zich richt op houtvergassing met behulp van het door Shell ontwikkelde Fischer Tropsch procédé. Het hiermee verkregen 'syngas' kan met behulp van Shell's Middle Distillate Synthesis technologie worden omgezet in vloeibare biobrandstof (Shell Media release, 17 August 2005). Sinds 2002 heeft Shell een belang in het in Canada gevestigde Iogen, dat zich richt op de ontwikkeling van bioethanol uit cellulose (tweede generatie biobrandstoffen). In 2006 besloot Shell om in samen met Volkswagen en Iogen in Duitsland een proeffabriek voor de productie van bioethanol uit cellulose (stro) te bouwen (Shell News, 10 Januar 2006) en in 2008 werd besloten de ontwikkeling en toepassing van bio-ethanol uit cellulose te versnellen (Shell Persbericht, 15 juli 2008). Een samenwerkingsverband met het Texaanse Codexis moet de verbeterde enzymen leveren die nodig zijn om de tweede generatie bioethanol commercieel mogelijk te maken (Codexis, November 16, 2006). Cellana is een joint-venture van Shell en HR Biopetroleum uit Hawaii. Begin januari 2008 is Cellana gestart met de bouw van kweekbassins voor algen, voor de kust van Big Island (Shell News and Media Releases, 11 December 2007).

Opvallend is dat de oliemaatschappijen een duidelijke voorkeur hebben voor biobrandstoffen als het om alternatieve energiebronnen gaat. Volgens de Britse krant the Guardian heeft Shell dit voorjaar besloten niet langer in waterkracht, wind- en zonne-energie te investeren (Guardian, 17 March 2009). Biobrandstoffen passen beter in het bestaande bedrijfsmodel van olieraffinage en -distributie.

Merr informatie over Towards Biosolar Cells is te vinden op: https://www.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/biosolar.htm

 
Oogst uit het lab

Op 5 juni 2009 verscheen het boek Oogst uit het lab, geschreven door Piet Schenkelaars en Huib de Vriend. Het is een geheel herziene versie van het boek dat zij bijna twintig jaar geleden schreven. Na de komst van de genetisch gemanipuleerde soja halverwege de jaren negentig zijn talloze andere gentech gewassen ontwikkeld. Inmiddels is er wereldwijd een areaal 27 keer zo groot als het landoppervlak van Nederland mee ingezaaid. Er zijn nieuwe manipulatietechnieken uitgevonden,  runderen en varkens worden gekloneerd, genetisch materiaal kan op bestelling worden gesynthetiseerd en er is wetgeving en overheidsbeleid tot stand gekomen. Oogst uit het lab laat zien waar de biotechnologie op dit moment staat en wat er in de nabije toekomst nog komt.

Ondertussen is er achter de schermen nog steeds veel beroering over de milieurisico’s, de remmende werking van octrooien op genen en biotechnologische technieken, de besmetting van biologische teelten door uitkruisende transgenen en de achterstand van ontwikkelingslanden. De schrijvers, beide zeer ervaren zelfstandig adviseurs, staan in het debat tussen maatschappelijke organisaties, de overheid, de wetenschap en het bedrijfsleven. Ze  plaatsen de ontwikkelingen in de biotechnologie in de context van actuele thema’s als duurzame landbouw, biobrandstoffen, wereldvoedselvoorziening en opvattingen over natuurlijkheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze constateren dat het maatschappelijke debat is doodgebloed; de publieke en politieke interesse is weggeëbd.

Oogst uit het lab maakt voor een breed publiek duidelijk dat bovenstaande vraagstukken en de rol van de biotechnologie daarin nog steeds te belangrijk zijn om de beslissingen erover alleen aan de biotechnologen over te laten.


De afzonderlijke hoofdstukken van Oogst uit het lab kunt u hieronder downloaden, evenals enkele recensies.

INLEIDING

HOOFDSTUK 1

HOOFDSTUK 2

HOOFDSTUK 3

HOOFDSTUK 4

HOOFDSTUK 5

HOOFDSTUK 6

HOOFDSTUK 7

HOOFDSTUK 8

HOOFDSTUK 9

 

Recensie Agrarisch Dagblad

Recensie De Pers

Recensie Elsevier Voedingsmiddelenindustrie

Recensie Luc Naets

Recensie Nieuwe Oogst

Recensie NRC Handelsblad

Recensie Het Parool

Recensie Wageningen Resource

 
Laatste nieuws

Derde editie "Oogst uit het lab" is uit

Op 5 juni verscheen het boek Oogst uit het lab, geschreven door Piet Schenkelaars en Huib de Vriend. Het is een geheel herziene versie van het boek dat zij bijna twintig jaar geleden schreven. Na de komst van de genetisch gemanipuleerde soja halverwege de jaren negentig zijn talloze andere gentech gewassen ontwikkeld. Inmiddels is er wereldwijd een areaal 27 keer zo groot als het landoppervlak van Nederland mee ingezaaid. Er zijn nieuwe manipulatietechnieken uitgevonden, runderen en varkens worden gekloneerd, genetisch materiaal kan op bestelling worden gesynthetiseerd en er is wetgeving en overheidsbeleid tot stand gekomen. Oogst uit het lab laat zien waar de biotechnologie op dit moment staat en wat er in de nabije toekomst nog komt.


Ondertussen is er achter de schermen nog steeds veel beroering over de milieurisico’s, de remmende werking van octrooien op genen en biotechnologische technieken, de besmetting van biologische teelten door uitkruisende transgenen en de achterstand van ontwikkelingslanden. De schrijvers, beide zeer ervaren zelfstandig adviseurs, staan in het debat tussen maatschappelijke organisaties, de overheid, de wetenschap en het bedrijfsleven. Ze plaatsen de ontwikkelingen in de biotechnologie in de context van actuele thema’s als duurzame landbouw, biobrandstoffen, wereldvoedselvoorziening en opvattingen over natuurlijkheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze constateren dat het maatschappelijke debat is doodgebloed; de publieke en politieke interesse is weggeëbd.

Oogst uit het lab maakt voor een breed publiek duidelijk dat bovenstaande vraagstukken en de rol van de biotechnologie daarin nog steeds te belangrijk zijn om de beslissingen erover alleen aan de biotechnologen over te laten.

 

Meer informatie over het boek is te vinden op www.oogsuithetlab.nl. Via deze website kan het boek rechtsreeks bij de uitgever worden besteld. Bovendien vindt u hier een digitale versie van het boek.




Laatste nieuws op de website

Wilt u regelmatig op de hoogte worden gehouden van het laatste nieuws op deze website, dan kunt u een gratis abonnement aanvragen op een email service. Alles wat u daarvoor moet doen is een lege email sturen naar dit email adres: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Klonen van dieren voor voedselproductie: Achtergronddocument

april 2008
In januari 2008 verscheen een advies van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA), waarmee in de VS het licht op groen gezet is voor het toepassen van dierlijke klonen en nakomelingen voor voedselproductie. Vrijwel tegelijkertijd verscheen een conceptadvies van de European Food Safety Authority (EFSA) en de opinie van januari 2008 van de European Group on Ethics (EGE). Ook werden er vanuit de Tweede Kamer vragen gesteld over het kloneren van landbouwhuisdieren. Met het oog op de verdere beleidsontwikkeling in EU-verband en de Nederlandse inbreng daarin wil de Minister van LNV binnen afzienbare tijd een maatschappelijk gedragen standpunt formuleren over dit onderwerp. Daarom heeft de Directie Voedselkwaliteit en Diergezondheid van het ministerie LIS Consult en Schenkelaars Biotechnology Consultancy opdracht gegeven een verkenning uit te voeren naar de standpunten en mogelijke rol van betrokken partijen in de keten, van fokkerijorganisaties tot en met consumenten- en dierenwelzijnsorganisaties. In dat kader is een achtergrondstudie uitgevoerd, resulterend in een rapport dat de technische, economische en maatschappelijke stand van zaken rond het kloneren van landbouwhuisdieren weergeeft. Dat rapport kan hier worden gedownload



Ggo-vrije hulpstoffen en additieven voor biologische (dier-)voeding

April 2008

Op verzoek van Biologica en in opdracht van de Animal Sciences Group Wageningen-UR is onderzoek verricht naar de beschikbaarheid van non-ggo additieven en hulpstoffen voor de biologische (dier)voeding, waarin het gebruik van ggo-additieven en hulpstoffen wettelijk niet is toegestaan. Die beschikbaarheid werd binnen de biologische sector soms als problematisch ervaren omdat additieven en hulpstoffen in toenemende mate worden geproduceerd met behulp van fermentatieprocessen. Indien daarbij gebruik wordt gemaakt van genetisch gemodificeerde micro-organismen hoeft dat niet op het etiket van de additieven en hulpstoffen te worden vermeld. De biologische sector is dan afhankelijk van non-ggo verklaringen die door de producenten en leveranciers op vrijwillige basis worden verstrekt. Niet alle leveranciers zijn in staat of bereid om deugdelijke non-ggo verklaringen te verstrekken.
Het doel van het onderzoek was helderheid scheppen over:
1. Met behulp van ggo’s bereide toevoegstoffen waarop de etiketteringplicht niet van toepassing is en hun (mogelijke) toepassing als additief of hulpstof in veevoeders en met name in levensmiddelen;
2. De beschikbaarheid van ggo-vrije alternatieven voor deze ggo-toevoegstoffen, gelet op a) hun voedings-/voedertechnische noodzaak en b) de beschikbaarheid van vergelijkbare non-ggo toevoegstoffen;
3. Mogelijke oplossingsrichtingen.
Het rapport van dit onderzoek kan hier worden gedownload.


Areaal transgene gewassen 1996 – 2007

Maart 2008

Jaarlijks publiceert de ISAAA gegevens over het wereldwijde areaal transgene gewassen. Hieruit blijkt dat er in 2007 ruim 114 miloen hectare met transgene gewassen is ingezaaid, waarvan nog altijd meer dan de helft herbicideresistente soja. Naast de Verenigde Staten en Argentinië, samen goed voor ongeveer 2/3 van het areaal, is de teelt van transgene gewassen in landen als Brazilië (soja, maïs), China en India (katoen) sterk in opkomst. Een volledig overzicht kan hier worden gedownload.



Effecten van het EU-toelatingsbeleid op de grondstoffenmarkt
Januari 2008

Begin 2008 verrichtte LIS Consult in opdracht van Greenpeace Nederland een beknopte studie naar de effecten van het toelatingsbeleid van de Europese Unie op de grondstoffenmarkt. Aanleiding vormden de aanhoudende berichten over problemen rond de grondstoffenimport vanuit de veevoerindustrie in verband met de nultolerantie voor de aanwezigheid van genetisch gemodificeerd materiaal van ggo-variëteiten die niet in de EU zijn toegelaten. In een notitie wordt op een drietal hoofdpunten kritische commentaar geplaatst bij het pleidooi van het
bedrijfsleven voor versoepeling van het Europese toelatingsbeleid voor ggo’s:
1. In de eerste plaats wordt commentaar geleverd op de aannames zoals die zijn gedaan in de scenariostudie van de Europese Commissie waar de pleitbezorgers voor versoepeling naar verwijzen.
2. Daarnaast wordt gewezen op een aantal andere factoren die een belangrijke rol spelen bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen op de wereldmarkt voor granen en oliehoudende gewassen.
3. Tenslotte wordt gewezen op het belang van het vertrouwen van burgers en consumenten in het waarborgen van de veiligheid van veevoeders en voedingsmiddelen door de overheid.
De notitie kan hier worden gedownload


























 
Areaal transgene gewassen in de VS in 2007 weer met 6 procent toegenomen
12 november 2007

In 2007 is het totale areaal transgene gewassen in de Verenigde Staten opnieuw verder toegenomen. Ondanks een afname van het areaal transgene soja (-13 procent) en katoen (-24 procent) is er sprake van een toename van 6 procent, ongeveer 3,2 miljoen hectare. Daarmee komt het totale Amerikaanse areaal transgene gewassen op bijna 55 miljoen hectare.

De afname van het areaal transgene katoen en soja is geheel te wijten aan een afname van het areaal soja en katoen dat in 2007 door Amerikaanse boeren is ingezaaid. Het aandeel transgene soja is zelfgs nog iets toegenomen, na 89 naar 91 procent. Een vergelijkbare toename geldt voor het aandeel transgene katoen: van 83 naar 87 procent.

Dankzij een forse uitbreiding van het maïsareaal (+18,6% ten opzichte van 2006) en een toename van het aandeel van transgene maïs van 61 naar 73 procent hebben de boeren in 2007 bijna 27,5 miljoen hectare transgene maïs ingezaaid, ruim 8 miljoen hectare meer dan in 2006. en is er toch sprake van een netto-toename van het totale areaal transgene gewassen. Opvallend is de sterke toename van het areaal transgene maïs met herbicideresistentie en met gecombineerde transgene eigenschappen.

Meer gedetailleerde cijfers zijn te vinden in een door LIS Consult samengesteld document

Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op data van de Agricultural Statistics Service van de USDA. De data van 2007 zijn te vinden op https://usda.mannlib.cornell.edu/usda/current/Acre/Acre-06-29-2007.pdf



 
Synthetische biologie: Rathenau Instituut presenteert 'Leven maken'
24 september 2007

Op 21 september 2007 presenteerde het Rathenau Instituut de nederlandstalige publicatie over synthetische biologie: Leven maken: 'Maatschappelijke reflectie op de opkomst van synthetische biologie'. Het betreft een gepopulariseerde versie van de eerder verschenen engelstalige publicatie 'Constructing life', die is aangevuld met geactualiseerde informatie en een nadere analyse van de maatschappelijke aspecten van de synthetische biologie.
Tijdens de boekpresentatie is tevens een Bericht aan het Parlement gepubliceerd, die is voorzien van een aantal concrete beleidsaanbevelingen voor de betrokken ministeries.



Tijdens de boekpresentatie zijn inleidingen verzorgd door Huib de Vriend, namens het Rathenau Instituut, Drew Endy van het MIT, en Jim Thomas van de ETC Group. Een eerste reactie op het boek is gegeven door Chantal Gill'ard, lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. Een videocompilatie van deze inleidingen en de reactie van Mw. Gill'ard is beschikbaar op de website van het Rathenau Instituut


 
Meer artikelen...
  • Nieuwsarchief
Start Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende > Einde >>

Pagina 7 van 8