|
Fotosynthese voor energieproductie
|
|
16 juli 2009
| Het zoeken naar alternatieven voor de fossiele bronnen waarop onze energievoorziening voor een belangrijk deel is gebaseerd krijgt veel aandacht van zowel overheden als het bedrijfsleven. Dat blijkt uit omvangrijke investeringen die de komende jaren worden gedaan in onderzoek en ontwikkeling van energiebronnen op basis van biomassa. In Nederland wordt de komende vijf jaar 25 miljoen Euro uit de aardgasbaten geïnvesteerd in onderzoek naar nieuwe vormen van energiewinning uit fotosyntheseprocessen. Grote oliemaatschappijen als Shell, ExxonMobil en BP investeren honderden miljoenen in biobrandstoffen. |
|
|
In de tweede week van juli maakte het kabinet bekend 25 miljoen Euro vrij te maken voor een vijfjarig onderzoeksprogramma 'Towards Biosolar Cells'. Het betreft een samenwerkingsverband tussen Wageningen Universiteit en Researchcentrum, Universiteit Leiden, Vrije Universiteit Amsterdam, Rijksuniversiteit Groningen, Technische Universiteit Delft en de Universiteit van Amsterdam, dat een bijdrage gaat leveren aan duurzame energie, verbetering van de voedselvoorziening en duurzame biomassa. Het programma Towards Biosolar Cells volgt een drietal sporen:
1. Het verhogen van de fotosynthetische efficiëntie van planten. Het resultaat is dat er meer biomassa per hectare wordt geproduceerd voor energie of voedsel (bijvoorbeeld meer, grotere of zwaardere planten).
2. De directe productie van biobrandstoffen zonder dat de biomassa (planten) geoogst hoeft te worden. Resultaten zijn bijvoorbeeld fotosynthetische cyanobacteriën of algen die butanol (een alcohol vorm dat als biobrandstof kan dienen) produceren.
3. Het combineren van natuurlijke en technische onderdelen. Het resultaat is een zonnecollector die brandstof levert in plaats van elektriciteit.
(LNV Persbericht, 10 juli 2009).
Deze week maakte ExxonMobil, qua omzet ná Shell de grootste onderneming ter wereld, bekend een samenwerkingsverband aan te gaan met Synthetic Genomics gericht op de ontwikkeling van biobrandstof uit algen. De oliemaatschappij gaat de komende zes jaar meer dan 600 miljoen dollar in deze technologie investeren (ExxonMobil Press Release, July 14, 2009). Synthetic Genomics, dat wordt geleid door Craig Venter, bekend geworden door zijn bijdrage aan het sequencen van het humaan genoom, richt zich onder meer op het ontwikkelen van geoptimaliseerde, synthetische metabole routes in micro-organismen en algen.
Net als de Amerikaanse automobielindustrie heeft ExxonMobil lange tijd geweigerd om substantieel te investeren in innovaties gericht op vermindering van de CO2-uitstoot. Volgens de London School of Economics heeft de oliemaatschappij de afgelopen jaren enkele honderdduizenden dollars gedoneerd aan groepen die klimaatverandering in twijfel trekken, zoals de Heritage Foundation en de Atlas Economic Foundation (Yahoo News, July 3, 2009).
Andere grote oliemaatschappijen als Shell en BP hebben al veel eerder besloten om in te zetten op de ontwikkeling van biobrandstoffen.
BP besloot twee jaar geleden om tot 2017 500 miljoen dollar te investeren in het Energy Biosciences Institute, een samenwerkingsverband met de University of California Berkeley, de University of Illionois en het Lawrence Berkeley National Laboratory. Hier is het onderzoek gericht op het ontwikkelen van geschikte gewassen als Miscanthus en Switchgrass en fermentatieprocessen voor de productie van biobrandstoffen. Daarnaast stopt de Britse oliegigant 400 miljoen dollar in een samenwerking met DuPont en Associated British Foods (eiegnaar van British Sugar) voor de ontwikkeling van een grote bioethanolfabriek in Hull (BP Press Release, 26 June 2007). Recent ging BP een joint-venture aan met Verenium Corporation voor de productie van cellulose bioethanol uit grassen (BP Press Release, 18 February 2009) en gaf de Europese Commissie haar goedkeuring aan een joint-venture van BP en DuPont (Europa Nu, 8 juli 2009).
Het Nederlandse Shell richt z'n pijlen op diverse opties. Het bedrijf heeft een aandeel in het Duitse Choren, dat zich richt op houtvergassing met behulp van het door Shell ontwikkelde Fischer Tropsch procédé. Het hiermee verkregen 'syngas' kan met behulp van Shell's Middle Distillate Synthesis technologie worden omgezet in vloeibare biobrandstof (Shell Media release, 17 August 2005). Sinds 2002 heeft Shell een belang in het in Canada gevestigde Iogen, dat zich richt op de ontwikkeling van bioethanol uit cellulose (tweede generatie biobrandstoffen). In 2006 besloot Shell om in samen met Volkswagen en Iogen in Duitsland een proeffabriek voor de productie van bioethanol uit cellulose (stro) te bouwen (Shell News, 10 Januar 2006) en in 2008 werd besloten de ontwikkeling en toepassing van bio-ethanol uit cellulose te versnellen (Shell Persbericht, 15 juli 2008). Een samenwerkingsverband met het Texaanse Codexis moet de verbeterde enzymen leveren die nodig zijn om de tweede generatie bioethanol commercieel mogelijk te maken (Codexis, November 16, 2006). Cellana is een joint-venture van Shell en HR Biopetroleum uit Hawaii. Begin januari 2008 is Cellana gestart met de bouw van kweekbassins voor algen, voor de kust van Big Island (Shell News and Media Releases, 11 December 2007).
Opvallend is dat de oliemaatschappijen een duidelijke voorkeur hebben voor biobrandstoffen als het om alternatieve energiebronnen gaat. Volgens de Britse krant the Guardian heeft Shell dit voorjaar besloten niet langer in waterkracht, wind- en zonne-energie te investeren (Guardian, 17 March 2009). Biobrandstoffen passen beter in het bestaande bedrijfsmodel van olieraffinage en -distributie.
Merr informatie over Towards Biosolar Cells is te vinden op: https://www.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/biosolar.htm
|
|
|
Op 5 juni 2009 verscheen het boek Oogst uit het lab, geschreven door Piet Schenkelaars en Huib de Vriend. Het is een geheel herziene versie van het boek dat zij bijna twintig jaar geleden schreven. Na de komst van de genetisch gemanipuleerde soja halverwege de jaren negentig zijn talloze andere gentech gewassen ontwikkeld. Inmiddels is er wereldwijd een areaal 27 keer zo groot als het landoppervlak van Nederland mee ingezaaid. Er zijn nieuwe manipulatietechnieken uitgevonden, runderen en varkens worden gekloneerd, genetisch materiaal kan op bestelling worden gesynthetiseerd en er is wetgeving en overheidsbeleid tot stand gekomen. Oogst uit het lab laat zien waar de biotechnologie op dit moment staat en wat er in de nabije toekomst nog komt.
Ondertussen is er achter de schermen nog steeds veel beroering over de milieurisico’s, de remmende werking van octrooien op genen en biotechnologische technieken, de besmetting van biologische teelten door uitkruisende transgenen en de achterstand van ontwikkelingslanden. De schrijvers, beide zeer ervaren zelfstandig adviseurs, staan in het debat tussen maatschappelijke organisaties, de overheid, de wetenschap en het bedrijfsleven. Ze plaatsen de ontwikkelingen in de biotechnologie in de context van actuele thema’s als duurzame landbouw, biobrandstoffen, wereldvoedselvoorziening en opvattingen over natuurlijkheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze constateren dat het maatschappelijke debat is doodgebloed; de publieke en politieke interesse is weggeëbd.
Oogst uit het lab maakt voor een breed publiek duidelijk dat bovenstaande vraagstukken en de rol van de biotechnologie daarin nog steeds te belangrijk zijn om de beslissingen erover alleen aan de biotechnologen over te laten.
|
|
De afzonderlijke hoofdstukken van Oogst uit het lab kunt u hieronder downloaden, evenals enkele recensies.
INLEIDING
HOOFDSTUK 1
HOOFDSTUK 2
HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4
HOOFDSTUK 5
HOOFDSTUK 6
HOOFDSTUK 7
HOOFDSTUK 8
HOOFDSTUK 9
Recensie Agrarisch Dagblad
Recensie De Pers
Recensie Elsevier Voedingsmiddelenindustrie
Recensie Luc Naets
Recensie Nieuwe Oogst
Recensie NRC Handelsblad
Recensie Het Parool
Recensie Wageningen Resource
|
Effecten van het EU-toelatingsbeleid op de grondstoffenmarkt
Opdrachtgever:
|
Het volledige rapport (pdf-format, 883 Kb, kan hier worden gedownload
|
Greenpeace Nederland
Doel:
Een beknopte verkenning van de marktverstorende effecten van het hanteren van een nultolerantie voor ggo's die (nog) niet in de EU zijn toegelaten. Aanleiding is de toenemende roep vanuit de veevoerindustrie om de nultolerantie voor niet-toegelaten ggo's af te schaffen vanwege toenemende problemen met ggo-contaminaties van geïmporteerde veevoergrondstoffen.
Bijdrage LIS Consult:
• Beknopte literatuurverkenning
Kloneren van landbouwhuisdieren voor voedseldoeleinden
Een exemplaar van het achtergronddocument over het kloneren van landbouwhuisdieren (pdf-format, 368 kB) kan hier worden gedownload
De bevindingen van de dialoog met maatschappelijke organisatie over klonen van dieren voor voedselproductie kunnen hier worden gedownload
|
Opdrachtgever: Directie Voedselkwaliteit en Diergezondheid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (VD-LNV)
Doel: In januari 2008 verscheen een advies van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA), waarmee in de VS het licht op groen gezet is voor het toepassen van dierlijke klonen en nakomelingen voor voedselproductie. Vrijwel tegelijkertijd verscheen een conceptadvies van de European Food Safety Authority (EFSA) en de opinie van januari 2008 van de European Group on Ethics (EGE). Ook werden er vanuit de Tweede Kamer vragen gesteld over het kloneren van landbouwhuisdieren.
:.In januari 2008 verscheen een advies van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA), waarmee in de VS het licht op groen gezet is voor het toepassen van dierlijke klonen en nakomelingen voor voedselproductie. Vrijwel tegelijkertijd verscheen eende opinie van januari 2008 van de European Group on Ethics (EGE). Ook werden er vanuit de Tweede Kamer vragen gesteld over het kloneren van landbouwhuisdieren.
Met het oog op de verdere beleidsontwikkeling in EU-verband en de Nederlandse inbreng daarin wil de Minister van LNV binnen afzienbare tijd een maatschappelijk gedragen standpunt formuleren over dit onderwerp.
Bijdrage LIS Consult:
Rapportage op basis van literatuurstudie en bijeenkomsten/gesprekken met betrokken partijen.
De opdracht wordt uitgevoerd in samenwerking met Schenkelaars Biotechnology Consultancy
Ggo-vrije additieven en hulpstoffen voor biologische (dier)voeding
|
Het volledige rapport (pdf-format, 883 Kb, kan hier worden gedownload
The report (english version) can be downloaded here (pdf-format, 2 Mb)
Het verslag van de workshop kan hier worden gedownload
|
Opdrachtgever:
Biologica,
Animal Sciences Group Wageningen-UR
Doel:
Helderheid scheppen over:
1. Met behulp van ggo’s bereide toevoegstoffen waarop de etiketteringplicht niet van toepassing is en hun (mogelijke) toepassing als additief of hulpstof in veevoeders en met name in levensmiddelen;
2. De beschikbaarheid van ggo-vrije alternatieven voor deze ggo-toevoegstoffen, gelet op a) hun voedings-/voedertechnische noodzaak en b) de beschikbaarheid van vergelijkbare non-ggo toevoegstoffen;
3. Mogelijke oplossingsrichtingen.
Bijdrage LIS Consult:
• Beknopte literatuurverkenning
• Inventarisatie in de biologische levensmiddelen- en veevoedersector d.m.v. interviews
Synthetische biologie -3
Opdrachtgever:
Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Gezondheidsraad, Raad voor Gezonheidsonderzoek
Doel:
Het opstellen van een position paper ten behoeve van een wetenschappelijk advies aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Bijdrage LIS Consult:
• Het uitvoeren van een nadere inventarisatie van Nederlandse R&D activiteiten op deelterreinen van de synthetische biologie. Op basis van zo’n inventarisatie kan een in te stellen expertwerkgroep uitspraken doen over de relevantie van synthetische biologie voor onderzoek en innovatie in Nederland. Tevens kan deze werkgroep op basis van deze inventarisatie een discussie voeren of aanbevelingen nodig zijn voor specifiek nationaal innovatiebeleid gericht op synthetische biologie
• Het afnemen van interviews onder een kleine groep gezaghebbende onderzoekers uit verschillende disciplines van de natuurwetenschappen en de sociale wetenschappen. Op basis van deze interviews kan de werkgroep van de KNAW, GR en RGO een concept-standpunt innemen over de paradigmaverschuiving en de vraag hoe nieuw synthetische biologie nu eigenlijk is.
Op basis van deze stukken kan de werkgroep van de KNAW, GR en RGO vorm geven aan een workshop gekoppeld aan het seminar van de RU Groningen, waarin relevantie, nieuwheid en noodzaak van specifieke beleidsmaatregelen in bredere, wetenschappelijke kring worden besproken.
Synthetische biologie-2
|
Het volledige rapport (pdf-format, 826 Kb, kan hier worden gedownload
|
Opdrachtgever:
Rathenau Instituut
Doel:
Het organiseren van Nederlandse follow-up op het rapport over wetenschappelijke ontwikkelingen in de synthetische biologie en relevante maatschappelijke, ethische en juridische aspecten.
Bijdrage LIS Consult:
• Het opstellen van een nederlandstalige bewerking van het eerder verschenen engelstalige rapport, met updates en nadere analyse van de ethische en maatschappelijke aspecten, inclusief het sturingsvraagstuk,
• Deelname aan de derde Internationale Synthetische Biologie Conferentie in Zürich in juni 2007, met presentatie van de bevindingen,
• Organisatie van een debatbijeenkomst over synthetische biologie in Nederland,
• Ontwikkelen van specifieke informatie voor het Parlement.
Synthetische biologie-1
|
Het volledige rapport (pdf-format, 283 Kb, kan hier worden gedownload
|
Opdrachtgever:
Rathenau Instituut
Doel:
Het opstellen van een rapport over wetenschappelijke ontwikkelingen in de synthetische biologie en relevante maatschappelijke, ethische en juridische aspecten.
Bijdrage LIS Consult:
Het opstellen van een engelstalig rapport op basis van literatuuronderszoek en deelname aan de tweede Internationale Synthetische Biologie Conferentie in Berkeley, California, in mei 2006.
Het engelstalige rapport is tevens de basis voor een nederlandstalige, gepopulariseerde versie van het rapport.
Raad voor ethiek en biotechnologie
|
Het volledige rapport (pdf-format, 3,5 Mb,, kan hier worden gedownload
|
Opdrachtgever:
Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu
Doel:
Het organiseren van een Conferentie over het voorstel voor een Raad voor ethiek en biotechnologie. De conferentie moet een beeld geven van de denkbeelden over oplossingen voor het probleem van een gesignaleerd tekort aan gestructureerd ethisch/maatschappelijk debat over biotechnologie, zowel onder het publiek als in de politiek.
Bijdrage LIS Consult:
Inhoudelijke voorbereiding en verslaglegging van de conferentie, waarvoor gericht deelnemers uit verschillende geledingen worden uitgenodigd.
EU-SOL
Opdrachtgever:
Europese Commissie, waarbij LIS Consult onderdeel uitmaakt van een omvangrijk Europees consortium van onderzoeksinstellingen en bedrijven.
Doel:
Ontwikkeling van nieuwe tomaten- en aardappelrassen (nachtschade familie) gericht op duurzame productie en eigenschappen die door consumenten als belangrijk worden ervaren.
Bijdrage LIS Consult:
Interface tussen R&D enerzijds en consumentenorganisaties, media en breed publiek anderzijds. Naast het verstrekken van informatie via nieuwsbrieven en een website worden analyses gemaakt van publieksattitudes en de reacties van Europese consumentenorganisaties. Die analyses worden ingebracht in het projectteam, voorzien van aanbevelingen voor eventuele bijstelling van het onderzoek.
De EU-SOL nieuwsbrief nr 3/4 (november 2008) kan hier worden gedownload
De EU-SOL nieuwsbrief nr 2 (mei 2008) kan hier worden gedownload
De EU-SOL nieuwsbrief nr 1 (september 2007) kan hier worden gedownload
| De DNA-Dialogen: Interactie met Publieksgroepen over Genomics |
| De evaluatie van de DNA-Dialogen kan hier worden gedownload
|
Opdrachtgever:
Center for Society & Genomics (CSG), Nijmegen.
Doel:
Uitwerking van interactie met een breder publiek over de ontwikkelingen op het terrein van genomics (de kennis van het genoom van organismen en de functies van genen, en toepassing daarvan in medische technologie, voeding en voedselproductie, industriële processen en milieutechnologie). Deze interactie is geformuleerd als één van de doelstellingen in het rapport van de Tijdelijke Adviescommissie Kennisinfrastructuur Genomics (2001). Het CSG geeft invulling aan onderzoek naar ethische, maatschappelijke en juridische aspecten van genomics, publieksvoorlichting en educatie en interactie tussen genomicsonderzoekers en andere partijen. Bij de interactie staat niet alleen de informatievoorziening richting diverse publieksgroepen centraal, maar wordt veel aandacht besteed aan gestructureerde feed-back van de reacties binnen de publieksgroepen, het inbrengen van die feed-back in het genomicsonderzoek en de Trendanalyse biotechnologie 2007 (zie ook Nieuwsdatabse biotechnologie).
Bijdrage LIS Consult:
Initiërend, opstellen van plan van aanpak, ontwikkeling van format voor gestructureerde feed-back en begeleiding, de uitvoering (opstellen discussiethema’s, begeleiding van rapportage).
Nieuwsdatabase biotechnologie
Opdrachtgever:
De Commissie Genetische Modificatie (COGEM), adviesorgaan van de minister van VROM over de milieuveiligheid van genetisch gemodificeerde organismen.
Doel:
Ontwikkeling van een instrument voor de analyse van ontwikkelingen in de biotechnologie en Life Sciences zoals ze in de media verschijnen. Deze analyse wordt gemaakt in het kader van een trendanalyse, die wordt opgesteld doorde COGEM, de Gezondheidsraad en de Commissie Biotechnologie bij Dieren. Deze trendanalyse wordt eens in de drie jaar uitgevoerd en dient om de Tweede Kamer te informeren over trends die mogelijk aandacht verdienen.
Bijdrage LIS Consult:
Aanleveren van wekelijkse overzichten van relevante artikelen uit de media, gebruik makend van wereldwijde bronnen, variërend van NRC Handelsblad tot The Hindu Times, van de Wall Street Journal tot de Shanghai Daily, van de Australian Broadcasting Corporation tot de BBC. De inhoud varieert van agrarisch tot medisch, van farma tot klonen, van EU-beleid tot consumentenaccaptatie in China. De weekoverzichten bevatten gemiddeld 60 – 70 artikelen.
Evaluatie Europese ggo-regelgeving: keuzevrijheid voor consumenten
|
Het volledige rapport (PDF-format, 1,8 Mb) kan hier worden gedownload
|
Opdrachtgever:
Directie Voedselkwaliteit en Diergezondheid van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (VD-LNV).
Doel:
Sinds 18 april 2004 moeten levensmiddelen en veevoeders afkomstig van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) van een aanduiding op of bij het product worden voorzien. Deze wettelijke verplichting vloeit voort uit de EU verordeningen 1829/2003 en 1830/2003. Krachtens artikel 48 van EU Verordening 1829/2003 moet de Europese Commissie uiterlijk op 7 november 2005 een verslag over de uitvoering van de verordening naar het Europees Parlement en de Raad sturen, voorzien van eventuele wijzigingsvoorstellen. Daartoe heeft de Europese Commissie een vragenlijst naar de betrokken autoriteiten van de lidstaten gestuurd, waarin het accent ligt op de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de regelgeving. Aansluitend hierop heeft opdrachtgever LIS Consult verzocht een aanvullende evaluatie uit te voeren voor het aspect ‘keuzevrijheid voor de consument’.
Bijdrage LIS Consult:
Rapportage op basis van literatuurstudie en interviews met experts uit de productieketen.
|
|
Derde editie "Oogst uit het lab" is uit
|
Op 5 juni verscheen het boek Oogst uit het lab, geschreven door Piet Schenkelaars en Huib de Vriend. Het is een geheel herziene versie van het boek dat zij bijna twintig jaar geleden schreven. Na de komst van de genetisch gemanipuleerde soja halverwege de jaren negentig zijn talloze andere gentech gewassen ontwikkeld. Inmiddels is er wereldwijd een areaal 27 keer zo groot als het landoppervlak van Nederland mee ingezaaid. Er zijn nieuwe manipulatietechnieken uitgevonden, runderen en varkens worden gekloneerd, genetisch materiaal kan op bestelling worden gesynthetiseerd en er is wetgeving en overheidsbeleid tot stand gekomen. Oogst uit het lab laat zien waar de biotechnologie op dit moment staat en wat er in de nabije toekomst nog komt.
Ondertussen is er achter de schermen nog steeds veel beroering over de milieurisico’s, de remmende werking van octrooien op genen en biotechnologische technieken, de besmetting van biologische teelten door uitkruisende transgenen en de achterstand van ontwikkelingslanden. De schrijvers, beide zeer ervaren zelfstandig adviseurs, staan in het debat tussen maatschappelijke organisaties, de overheid, de wetenschap en het bedrijfsleven. Ze plaatsen de ontwikkelingen in de biotechnologie in de context van actuele thema’s als duurzame landbouw, biobrandstoffen, wereldvoedselvoorziening en opvattingen over natuurlijkheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Ze constateren dat het maatschappelijke debat is doodgebloed; de publieke en politieke interesse is weggeëbd.
Oogst uit het lab maakt voor een breed publiek duidelijk dat bovenstaande vraagstukken en de rol van de biotechnologie daarin nog steeds te belangrijk zijn om de beslissingen erover alleen aan de biotechnologen over te laten.
|
 |
|
Meer informatie over het boek is te vinden op www.oogsuithetlab.nl. Via deze website kan het boek rechtsreeks bij de uitgever worden besteld. Bovendien vindt u hier een digitale versie van het boek.
|
Laatste nieuws op de website
Wilt u regelmatig op de hoogte worden gehouden van het laatste nieuws op deze website, dan kunt u een gratis abonnement aanvragen op een email service. Alles wat u daarvoor moet doen is een lege email sturen naar dit email adres:
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.
|
|
Klonen van dieren voor voedselproductie: Achtergronddocument
|
april 2008
In januari 2008 verscheen een advies van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA), waarmee in de VS het licht op groen gezet is voor het toepassen van dierlijke klonen en nakomelingen voor voedselproductie. Vrijwel tegelijkertijd verscheen een conceptadvies van de European Food Safety Authority (EFSA) en de opinie van januari 2008 van de European Group on Ethics (EGE). Ook werden er vanuit de Tweede Kamer vragen gesteld over het kloneren van landbouwhuisdieren. Met het oog op de verdere beleidsontwikkeling in EU-verband en de Nederlandse inbreng daarin wil de Minister van LNV binnen afzienbare tijd een maatschappelijk gedragen standpunt formuleren over dit onderwerp. Daarom heeft de Directie Voedselkwaliteit en Diergezondheid van het ministerie LIS Consult en Schenkelaars Biotechnology Consultancy opdracht gegeven een verkenning uit te voeren naar de standpunten en mogelijke rol van betrokken partijen in de keten, van fokkerijorganisaties tot en met consumenten- en dierenwelzijnsorganisaties. In dat kader is een achtergrondstudie uitgevoerd, resulterend in een rapport dat de technische, economische en maatschappelijke stand van zaken rond het kloneren van landbouwhuisdieren weergeeft. Dat rapport kan hier worden gedownload
|
|
|
Ggo-vrije hulpstoffen en additieven voor biologische (dier-)voeding
|
|
April 2008
Op verzoek van Biologica en in opdracht van de Animal Sciences Group Wageningen-UR is onderzoek verricht naar de beschikbaarheid van non-ggo additieven en hulpstoffen voor de biologische (dier)voeding, waarin het gebruik van ggo-additieven en hulpstoffen wettelijk niet is toegestaan. Die beschikbaarheid werd binnen de biologische sector soms als problematisch ervaren omdat additieven en hulpstoffen in toenemende mate worden geproduceerd met behulp van fermentatieprocessen. Indien daarbij gebruik wordt gemaakt van genetisch gemodificeerde micro-organismen hoeft dat niet op het etiket van de additieven en hulpstoffen te worden vermeld. De biologische sector is dan afhankelijk van non-ggo verklaringen die door de producenten en leveranciers op vrijwillige basis worden verstrekt. Niet alle leveranciers zijn in staat of bereid om deugdelijke non-ggo verklaringen te verstrekken.
Het doel van het onderzoek was helderheid scheppen over:
1. Met behulp van ggo’s bereide toevoegstoffen waarop de etiketteringplicht niet van toepassing is en hun (mogelijke) toepassing als additief of hulpstof in veevoeders en met name in levensmiddelen;
2. De beschikbaarheid van ggo-vrije alternatieven voor deze ggo-toevoegstoffen, gelet op a) hun voedings-/voedertechnische noodzaak en b) de beschikbaarheid van vergelijkbare non-ggo toevoegstoffen;
3. Mogelijke oplossingsrichtingen.
Het rapport van dit onderzoek kan hier worden gedownload.
|
|
Areaal transgene gewassen 1996 – 2007
|
Maart 2008
Jaarlijks publiceert de ISAAA gegevens over het wereldwijde areaal transgene gewassen. Hieruit blijkt dat er in 2007 ruim 114 miloen hectare met transgene gewassen is ingezaaid, waarvan nog altijd meer dan de helft herbicideresistente soja. Naast de Verenigde Staten en Argentinië, samen goed voor ongeveer 2/3 van het areaal, is de teelt van transgene gewassen in landen als Brazilië (soja, maïs), China en India (katoen) sterk in opkomst. Een volledig overzicht kan hier worden gedownload.
|
|
|
Effecten van het EU-toelatingsbeleid op de grondstoffenmarkt
|
|
Januari 2008
Begin 2008 verrichtte LIS Consult in opdracht van Greenpeace Nederland een beknopte studie naar de effecten van het toelatingsbeleid van de Europese Unie op de grondstoffenmarkt. Aanleiding vormden de aanhoudende berichten over problemen rond de grondstoffenimport vanuit de veevoerindustrie in verband met de nultolerantie voor de aanwezigheid van genetisch gemodificeerd materiaal van ggo-variëteiten die niet in de EU zijn toegelaten. In een notitie wordt op een drietal hoofdpunten kritische commentaar geplaatst bij het pleidooi van het
bedrijfsleven voor versoepeling van het Europese toelatingsbeleid voor ggo’s:
1. In de eerste plaats wordt commentaar geleverd op de aannames zoals die zijn gedaan in de scenariostudie van de Europese Commissie waar de pleitbezorgers voor versoepeling naar verwijzen.
2. Daarnaast wordt gewezen op een aantal andere factoren die een belangrijke rol spelen bij de huidige en toekomstige ontwikkelingen op de wereldmarkt voor granen en oliehoudende gewassen.
3. Tenslotte wordt gewezen op het belang van het vertrouwen van burgers en consumenten in het waarborgen van de veiligheid van veevoeders en voedingsmiddelen door de overheid.
De notitie kan hier worden gedownload |
|
|
Areaal transgene gewassen in de VS in 2007 weer met 6 procent toegenomen
|
|
12 november 2007
In 2007 is het totale areaal transgene gewassen in de Verenigde Staten opnieuw verder toegenomen. Ondanks een afname van het areaal transgene soja (-13 procent) en katoen (-24 procent) is er sprake van een toename van 6 procent, ongeveer 3,2 miljoen hectare. Daarmee komt het totale Amerikaanse areaal transgene gewassen op bijna 55 miljoen hectare.
De afname van het areaal transgene katoen en soja is geheel te wijten aan een afname van het areaal soja en katoen dat in 2007 door Amerikaanse boeren is ingezaaid. Het aandeel transgene soja is zelfgs nog iets toegenomen, na 89 naar 91 procent. Een vergelijkbare toename geldt voor het aandeel transgene katoen: van 83 naar 87 procent.
Dankzij een forse uitbreiding van het maïsareaal (+18,6% ten opzichte van 2006) en een toename van het aandeel van transgene maïs van 61 naar 73 procent hebben de boeren in 2007 bijna 27,5 miljoen hectare transgene maïs ingezaaid, ruim 8 miljoen hectare meer dan in 2006. en is er toch sprake van een netto-toename van het totale areaal transgene gewassen. Opvallend is de sterke toename van het areaal transgene maïs met herbicideresistentie en met gecombineerde transgene eigenschappen.
Meer gedetailleerde cijfers zijn te vinden in een door LIS Consult samengesteld document
Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op data van de Agricultural Statistics Service van de USDA. De data van 2007 zijn te vinden op https://usda.mannlib.cornell.edu/usda/current/Acre/Acre-06-29-2007.pdf
|
|
|